Kwartiermakers Community School on tour

Sinds januari 2019 is op jenaplanbasisschool Jeanne d’Arc een pilot gestart: de Community School. Als eerste stap een in de volksmond peuter-kleutergroep waar het voorschools aanbod verstrengeld wordt met het schools aanbod om voor ieder kind een goede start op de basisschool te realiseren. Gelijke kansen voor alle kinderen is daarbij het uitgangspunt. Want dat is niet vanzelfsprekend in een wijk waar niet ieder kind gebruik maakt van een peutervoorziening. En daardoor ontstaat er een kloof tussen wat ‘de school’ van kleuters verwacht en wat wij als samenleving kinderen bieden. Op jenaplanbasisschool Jeanne d’Arc wordt geconstateerd dat kinderen regelmatig de aansluiting missen en (nog) niet meekunnen in het tempo dat wel van hen wordt verwacht. We kunnen dan de verwachtingen omlaag halen, maar dan doen we het potentieel van de kinderen tekort! Daarom de barricade op, daarom de Community School en daarom on tour naar Reggio Emila in Italië, naar de bakermat van de gelijknamige pedagogische visie voor kinderen van 0 tot 6 jaar.
 
Het gedachtengoed van de Community School is omarmt door verschillende organisaties in de wijk waaronder de bibliotheek en de GGD, maar de dagelijkse organisatie is in handen van de school, de kinderopvang (Kinderstad), sociaal werk (R-Newt Kids) én een afvaardiging van de gemeente Tilburg! Samen hebben zij de intentie uitgesproken om binnen de wijk op een duurzame wijze langdurig te bouwen aan scholen die ontmoetingsplekken zijn in de wijk en waar ontwikkeling in de brede zin van het woord leidend is. De pedagogische filosofie van Loris Malaguzzi sluit daar naadloos op aan. Hij was het die in Reggio Emilia ouders vond die een eigen school wilden oprichten, waar werd uitgegaan van wat kinderen kunnen; het zuivere potentieel zichtbaar maken, versterken en uitbouwen. Drie belangrijke uitgangspunten van zijn filosofie en op het pedagogisch handelen zijn:
 
De ruimte, die licht en ruimtelijk georiënteerd is en binnen-buiten verbindt. Het zijn de ruimtes die kinderen uitdagen tot ontdekken, onderzoeken en experimenteren.
Het materiaal, dat kinderen leert ermee om te gaan en moet(!) inspireren om hun ontdekkingen en ideeën, het proces, vorm te geven.
Het kijken en luisteren, waarmee pedagogen en leraren gericht zijn op het proces; de ontwikkeling van de eigen identiteit, zelfstandigheid/-regulering, doorzettingsvermogen en nieuwsgierige, creatieve vaardigheid van ieder kind.
 
Dat klinkt geweldig, maar is de filosofie en pedagogische visie ook wat voor de Community School? Dat gaat de groep kwartiermakers ontdekken, onderzoeken en volgens Reggio-stijl ervaren. In vier delen beschrijven en beschouwen zij hun bevindingen. Deze week deel 1: Van en voor Tilburg-West naar Reggio Emilia!
 
vlnr: Ronald Heidanus (Jeanne d'Arc), Rob Gelderblom (Kinderstad), Jopie de Bruin (Jeanne d'Arc), Miriam Knukkel (Jeanne d'Arc), Gaby Rog (R-Newt)
 
Het is maandag 29 maart, erg vroeg in de ochtend, als vijf kwartiermakers van de Community School vertrekken naar Schiphol. Wanneer de koffie haar werk doet en iedereen elkaar net iets beter heeft leren kennen, worden vragen met elkaar gedeeld. Over wat het concept inhoudt, wat tijdens de voorstudie als werkzame bestanddelen gevonden zijn, welke invloed het concept op het leren kan hebben en hoe de werkzame bestanddelen te integreren in de te verder ontwikkelen pilot Community School. Naar de toekomst toe: wat levert deze filosofie de gemeenschap op de lange termijn op? Genoeg vragen, genoeg aanknopingspunten.
 
Het waait hard op Schiphol waardoor de meeste vliegtuigen vertraging oplopen, waaronder het vliegtuig naar Bologna. Dat betekent letterlijk stilstaan. Stilgezet worden. Landen is voor de vliegtuigen lastig en misschien ook wel voor ons, stilstaan als een mooi moment om te vertragen. Loslaten van conventies om met een open blik te kunnen verwonderen. Om vanuit die intentie alles in Reggio Emilia te absorberen.
 
 
Drie uur later dan gepland komen we bij het hotel aan en wacht -nadat we ons hebben opgefrist een eerste workshop. Een workshop waar de vraag ‘wat is creativiteit’ centraal staat. Insteek is kunstzinnige vorming, dat vaker als vehicle wordt gebruikt om creativiteit te duiden.
 
Op weg naar het antwoord ‘ontmoeten’ we Giorgio Morandi, een vrijgezelle kunstenaar die zijn gehele leven in Bologna woonde. Voordat hij doorbrak als bekend schilder verdiende de man zijn geld als basisschoolleraar. Morandi woonde in zijn atelier en samen in hetzelfde huis met zijn eveneens ongehuwde zussen. Het werk van Morandi kenmerkt zich door de subtiele, ergens minimalistische stijl van stillevens waarop vaak dezelfde kruiken, flessen en vazen in een andere rangschikking te zien zijn. Ook gebruikte Morandi beperkte, pastelachtige kleuren.
 
 
Of dat de minimalistische stijl van Morandi de schilderijen creatief maakt, is niet de vraag. Sterker, misschien is creativiteit het beste te duiden door het proces dat wordt aangegaan. Het proces dat vooraf gaat aan een eindproduct, in dit geval een schilderij. De kleinschaligheid waarmee Morandi zijn objecten schetste, onderzocht en er experimenterend beeld aan gaf, legt dit proces mooi open. Creativiteit start daarmee bij jezelf en hoe jij jouw omgeving ervaart, beleeft en doorleeft. Er wordt tijdens de workshop geduid dat creativiteit op zichzelf staand niet aangeboren is, wat de vraag voedt of een kind wel met de vaardigheden om expressie te geven aan creativiteit wel aangeboren is?
 
Creativiteit, zo wordt ons verteld, is het scheppen van iets nieuws vanuit een open, flexibele en geconcentreerde houding. Om vervolgens de schepping uit te werken en er iets mee te (gaan) doen. Uiteraard hoeft het hier niet over iets totaal nieuws te gaan, omdat vaak gebruik gemaakt wordt van wat er al is. Het gaat om het proces om inzicht te krijgen in en kennis op te doen van wát er is. En heel simpel gezegd, daar heb je kennis en ervaring over ‘het wat’ voor nodig. En zo is er direct de verbinding met onderwijs en met opvoeding!
 
De organisatoren van deze studiereis blijven in de tijdsgeest van Morandi hangen als zij Graham Wallas, een Engelse socialist en onderwijsdenker, de revue laten passeren. Deze man beschrijft in zijn boek The Art of Thoughtuit 1926 het model van creativiteit. Hierbij gaat hij uit van vier fases: preperation, focus op het probleem en exploreren van mogelijke oplossingen, incubation, loslaten en absorberen, illumination, inzichten en ‘aha’-momenten vanuit voorbewuste naar bewuste bewustzijn & verification, ideeën en acties die constant worden geverifieerd, uitgewerkt en toegepast. En ook hier ligt het accent op dat het doorlopen van de fases, het proces, dat een langzaam en gestaag proces behelst. En zo is de analogie met Morandi en ons vertrek tot aankomst weer volledig in lijn.
 
Vanuit het gedachtengoed van Wallas wordt ons gevraagd om zestien cirkels te tekenen en binnen kort tijdsbestek zoveel als mogelijk de cirkels te vullen met een uniek beeld waar ‘de cirkel’ onderdeel van is. Het divergent denken wordt aangesproken. Ook krijgen we een paperclip om daar een ander gebruiksvoorwerp van te maken. Die paperclip brengt ons naar het heden; het doet namelijk denken aan de TED-talk van Ken Robinson, Changing education paradigms, waarbij het wetenschappelijk onderzoek (uit Break point and beyond) met de paperclip letterlijk wordt besproken door Robinson. Het divergent denken als essentiële capaciteit om creatief te kunnen denken.
 
En het doet denken aan de TED-talk van Daniel Pink, The puzzle of motivation, waarbij betrokkenheid en motivatie onlosmakelijk verbonden lijken met creativiteit. Het is de preperation-fase waarin het gevoel van drive, of noem het creativiteit of flow, wordt aangesproken. De mate waarin je open staat om flexibel te kunnen meebewegen en dus divergent te kunnen denken bepaalt de mate waarin creativiteit voor jou er kan en mag zijn.
 
Een stelling wordt geponeerd, onderbouwd met een grafiek als beeld van een wetenschappelijk onderzoek. Divergent denken is bij jonge kinderen, kleuters, zo’n 90% aanwezig Bij dezelfde kinderen als ze volwassenen zijn, wordt er door minder dan 5% nog divergent gedacht. Hoe kan dit? Doordat we onderwezen worden? Voedt onderwijs conventies en percepties? Misschien relevantere vragen: hoe houden we het divergent denken in stand? Hoe creëren we als volwassenen een omgeving met elkaar waardoor we weer divergent kunnen gaan exploreren, ervaren en denken?
 
Malaguzzi had een visie en heldere filosofie: uitgaan van wat kinderen kunnen. Als dit het divergent denken, verwonderen en vervolgens creëren is, hoe ziet dit dat er dan in werkelijkheid uit? Wat betekent dit voor het onderwijs en het opvoeden van kinderen, wanneer convergente kennis verbonden wordt met divergent denken en motivatie? Dat moet invloed hebben op het welbevinden van kinderen. En. Misschien is dat ook wel het gezamenlijk vertrekpunt geweest van de ouders en Loris Malaguzzi. In Reggio Emilia ging Malaguzzi met het gelijknamige concept aan de slag. Vanaf morgen gaan wij het zien en misschien zelfs wel beleven.

Delen: