Reggio Emilia, de kennismaking

 Vijf kwartiermakers gingen op pad voor de wijk Tilburg West. Samen betrokken bij de in januari 2019 gestarte pilot ’Community School’ binnen jenaplanbasisschool Jeanne d’Arc. Gelijke kansen voor alle kinderen als uitgangspunt. Niet vanzelfsprekend in een wijk waar niet ieder kind gebruik maakt van een peutervoorziening. Om zich te laten inspireren vertrokken de vijf naar Reggio Emila in Italië, naar de bakermat van de gelijknamige pedagogische visie voor kinderen van 0 tot 6 jaar. In het eerste deel een kennismaking met de kwartiermakers, Loris Malaguzzi -de grondlegger van het Reggio Emilia-gedachtengoed en een uiteenzetting rondom creativiteit. In dit tweede wat ‘theoretische’ deel de tweede dag in Italië. Er wordt dieper ingegaan op de achtergrond van het concept en is er een eerste kennismaking met de inrichting van de ruimte, de omgeving als derde pedagoog.
 
Een dag eerder waren we later dan gepland in Italië. Dit betekende dat het gehele programma in tijd werd verschoven. Maar alles lag klaar, was voorbereid en na de eerste workshop gingen we de stad in om te eten. Even gelukkig als laat eten voor de Italianen gebruikelijk is, is de start van de tweede dag later.
 

Na het ontbijt wordt gewandeld naar het Centro Internazionale Loris Malaguzzi. Het internationale Loris Malaguzzi centrum is dé ontmoetingsplek waar professioneel experimenteren, onderwijsontwikkeling en onderzoek elkaar kruisen. Een plek waar pedagogen, kunstenaars, studenten en onderzoekers met elkaar het concept verder ontwikkelen, elkaar inspireren en middels kruisbestuiven elkaar op een ‘hoger plan’ tillen. Professionals in en uit Reggio Emilia, maar ook uit de rest van Italië en zelfs de wereld zijn welkom. Iedereen die samen vanuit het gedachtengoed van Malaguzzi pedagogiek, onderwijs en cultuur wil innoveren.
 
Het centrum dat nabij school huist staat open voor alle leeftijden, voor (co-)creatieve ideeën, voor verschillende culturen en voor verbeelding, alles vanuit hoge educatieve verwachtingen. Het is een centrum met alle ruimte om de educatieve inhoud en processen in de verschillende kennisgebieden te versterken. En een plek waar doorlopend exposities en ateliers zijn waarin de Reggio Emilia Approach ervaren kan worden.
 

Achterin en voorbij de inspirerende boekwinkel in het oude deel van het prachtige gebouw krijgen we een presentatie over deze ‘Reggio Emilia Approach’. De identiteit van het concept, de aanpak, basishouding en filosofie, start met een gedicht van Loris Malaguzzi: ‘De honderd talen van kinderen’, I cento linguaggi dei bambini. Hieronder een fragment in het Engels, vertaald door Lella Gandini:
 
The child is made of one hundred. The child has a hundred languages, a hundred hands, a hundred thoughts, a hundred ways of thinking of playing, of speaking. A hundred always a hundred…
 
Het gedicht, waar het getal honderd centraal staat, is een metafoor voor het sterke statement dat Malaguzzi voorstaat en samen met ouders in Reggio Emilia in de wereld zette. Kinderen zijn volgens hem een onuitputtelijke bron van mogelijkheden. Een bron die vaak wordt vertaald als ‘talenten’, daar waar potentieel misschien wel meer recht doet aan het gedachtengoed van Malaguzzi. Ieder kind wil leren, maar niet ieder kind is op hetzelfde moment binnen het leerproces. En dat vraagt het leren zichtbaar maken en het beschouwen van de educatieve noden van ieder kind. Gezamenlijke (ontwikkelings)taal creëren om dit proces te duiden. Het kind is in dit proces, zoals men dat tijdens de presentatie meermaals duidt, de protagonist: de hoofdrolspeler binnen het eigen leerproces.
 

Maar hoe ziet dat ‘het leren zichtbaar maken’ er dan uit? Het leerproces zichtbaar of visueel maken gebeurt door het gedetailleerd documenteren van de ontwikkeling van een kind. Het goed en nauwgezet documenteren is overigens slechts één onderdeel van het rijke palet aan competenties van de pedagoog. En het is tegelijkertijd een werkwijze die onlosmakelijk verbonden is met een aantal belangrijke bestanddelen. In de presentatie brengen ze deze bestanddelen samen in het zogenaamde progetto educativo, het educatieve project:
 
Family involvement and sharing over long periods. De diepe relaties tussen het kind, ouders en de pedagogen(/leraren) legt een stevig fundament voor de start van, het werken aan en slagen van dit Reggio Emilia-concept. Daar zijn gesprekken, observaties en kritisch beschouwen van ieders handelen voor nodig. De dialoog met kinderen en ouders is hierbij een essentieel onderdeel!
 
Lifelong professional development. Ook de morele en ethische dialoog tussen professionals over educatie en hoe het dagelijks pedagogisch en onderwijskundig handelen eruit moet komen te zien zet aan tot het continu doorontwikkelen van het concept. Dat gaat niet over een losse cursus, maar doorlopend met elkaar experimenteren, beschouwen, kritisch bijstellen van wat wordt gedaan en afstemmen op de groep kinderen op dat moment.
 
Collegial work, exchange, co-presence and self-evaluation. Het gaat bij deze pijler over het collegiaal uitwisselen van kennis en ervaring door bijvoorbeeld co-/teamteaching, waar zelfreflectie en -evaluatie onlosmakelijk verbonden zijn met de hierboven beschreven professionele ontwikkeling.
 
Evolving, teaching, projects, observation, interpretation, documentation and inquiry. Doordat ontwikkeling een doorlopend proces is vraagt dit nauwlettend en op nuance te observeren, het geobserveerde te interpreteren en hypotheses binnen een leerontwikkeling van een kind te (blijven) onderzoeken. Daarin is de volwassene, de pedagogista en artista genoemd, meester (en regisseur van de protagonist) over ontwikkelingslijnen en -mogelijkheden. Voor de leermeester is het daardoor mogelijk boven leerprocessen een helicopterview te hebben. En zo evolueert het leerproces, het professioneel handelen en daardoor ook het concept. Sociale innovatie door vast te houden aan wat werkt!
 
Atelier, ‘artiesta’ and the hundred languages. Het onuitputtelijke potentieel van kinderen wordt geraakt door een uitdagende omgeving. Nu is het gevaar dat dit laatste begrip wordt geframed als een containerbegrip, wat binnen de Reggio Emilia Approach overigens absoluut niet het geval is. Ruimtes ‘praten’ volgens Malaguzzi en dat kan alleen in een omgeving die geordend is. Daarnaast weten niemand minder dan artiesten wat het is om creatieve processen te doorleven, weten zij dat het onmogelijke mogelijk moet kunnen zijn en daarom hebben zij een belangrijke rol in de vormgeving van de ruimtes.
 

Education with involvement in the town. De omgeving betrekken bij het vormgeven van educatieve activiteiten maakt het concept duurzaam. Iedereen draagt bij aan de ontwikkeling van kinderen waardoor de loyaliteit van het kind binnen zijn omgeving groeit en het sterk verbonden blijft met de ander. Het leert dat het zelf groeit en dat de ander een mogelijkheid is om te groeien.
 
The ecology of the environment, spaces and relationships. De gehele ecologie en natuur(wetten) rondom de ‘school’ worden betrokken en worden ontmoet, ont-moet zelfs. De omgeving is daarmee ook letterlijk de derde pedagoog: alles wordt betrokken om jezelf te leren verhouden tot deze omgeving, waar je leert wat de mogelijkheden zijn van materialen en gereedschappen en waar je leert al deze mogelijkheden op een respectvolle, duurzame wijze weet toe te passen. Meer kennis leidt dan tot het construeren van nieuwe kenniservaring.
 

Omgeving is dus een fundamentele pijler binnen het Reggio Emilia-denken. Een sterk statement bevestigt dit. "When children live in well-tended places, they become attentive for their environment. They get careful and mature thoughts." Het doet denken aan wat Gert Biesta bedoelt met het ‘volwassen in de wereld zijn’, waar hij drie onderwijspedagogische begrippen centraal zet: in de wereld komen, uniciteit en dialoog. Biesta wijst op de voorzichtigheid conclusies te trekken over wat het kind is, omdat dit zich richt op hoe het kind zou moeten zijn. Een knipoog naar de eerdere hypotheses bij het bestanddeel interpretation. Volgens Biesta zou het moeten gaan over hoe het kind kan zijn in een wereld met anderen. Dit existentieel vraagstuk raakt aan de gedachten van Malaguzzi en de bestanddelen van het educatieve project: wat betekent het voor een kind om te bestaan, in en met de wereld? De dialoog en open houding van de pedagogista en artista bevestigen dit.
 
Het wereldgericht inrichten van de omgeving verwordt hiermee tot een wezenlijk onderdeel van het progetto educativo. Een omgeving die uitdaagt en ‘praat’ door relationele vormen, licht, kleur, smaak, geur, (natuurlijke) materialen, geluiden en de invloeden van een microklimaat.
 
When you have everything ready and well prepared, you can be there for the children.” Met deze opmerking wordt een andere connotatie gegeven aan het woord ‘voorbereiden’. Want dit gaat in de context van Reggio Emilia voorbij aan slechts een schoolse voorbereiding. Het gaat voorbij aan de schoolse kritiek van onze Nederlandse Vroeg en Voorschoolse Educatie. Het duidt zelfs de oplossing: meester zijn gaat uit van boven ‘de stof staan’, ontwikkelingsmogelijkheden begrijpen vanuit de ontwikkelingspsychologie én sterke pedagogische statements (collectief als team) voorleven. De intentie van deze uitspraak als uitgangspunt beweegt een professional naar het nemen van de ruimte om meester te worden en zijn van de leeromgeving.
 
 
Naar het kind toe is men ook duidelijk: Children have a right for desires, interests, choices and respect. They have the right for a sense of trust, wellbeing, relationship and a physical environment. Educatie en onderwijs zijn een recht, een verantwoordelijkheid zelfs! Uitgaan van het potentieel van een kind betekent voor een leermeester, en of dit nu de leraar, de pedagoog of de artiest is, dat het weet wat allemaal mogelijk op het gebied van ontwikkelingspsychologie, materiaal- en gereedschapskennis, pedagogiek én didactiek. Maar meer nog om de mogelijkheden om te zetten naar wat nodig is om een kind in diens leerproces te raken. Diep begrijpen van welke strategieën nodig zijn om tot leren te komen, ook als een kind een andere cognitieve stijl (nee, geen leerstijl!) heeft, een kind met speciale rechten.
 
Belangrijke noot: binnen de Reggio Emilia Approach, zo wordt ons verteld, ligt een focus niet op een andere cognitieve stijl of diagnose maar is de pedagogische interactie essentieel. De benaderingswijze wordt afgestemd op het kind. En. Voor alle kinderen is de benadering op basis van dezelfde hoge verwachtingen. Vrij vertaald werd ons verteld dat ‘kinderen met een diagnose hebben ook expertises’ en ‘wij gaan uit van de relatie met het kind’. In Nederland zouden we het hebben over ondersteuningsvraag, hier heeft men het over kinderen met speciale rechten. Het belang van een sterke pedagogische grondhouding en tact wordt hiermee bevestigd!
 
Wanneer er tijdens de presentatie beelden worden getoond van verschillende werksituaties wordt duidelijk, en ook bijna tastbaar, wat de bovenstaande woorden nu werkelijk betekenen. In de video’s is krachtig te zien dat en hoe de ‘leermeesters’ open en verwonderend in de groep staan. Erin, en niet vóór de groep. Sterker, de volwassenen lijken in hun gehele houding de school te zijn! Van het spel met de kinderen aangaan, mee oplopen en beleven, tot de verwonderende vragen wanneer er afstand wordt genomen om het proces te beschouwen. Met dit opgaan in het proces van de ander weten zij dan precies in en op het juiste moment de juiste vraag te stellen. En dat juiste wordt duidelijk in de ogen en het gelaat van de kinderen.
 
In alles wat de pedagogista of artista doet en wie het is, zet het diens kennis, ervaring en vragend vermogen in. Het is de diepe relatie die ontzettendzichtbaar is in de rustige en open houding waarmee de volwassene in verbinding staat tot het kind en de groep kinderen. Een houding die vertrouwen uitstraalt, vertrouwen in dat eerder geschreven potentieel van ieder kind.
 
 

In de middag zijn we, samen met een grote groep Amerikanen, uitgenodigd om een kijkje te nemen in de school naast het centrum. De verwelkomende geur van chloor lijkt symbool te staan voor de intentie die het gebouw in alles uitstraalt, reinheid. Hygiëne lijkt belangrijk, zeker op een plek waar zeer jonge kinderen samenkomen. Wat naast de geur direct opvalt zijn de bijna minutieus gestructureerde en opgestelde materialen en werk van de kinderen. Het woord ‘structuur’ krijgt trouwens een geheel andere betekenis. Orde is het woord dat het best lijkt te passen bij dit concept. Geordende gereedschappen, materialen en opbouw van werk geeft en straalt in alles rust uit! Ook de lichtobjecten staan geordend gepositioneerd om het beste rendement uit de gereedschappen en materialen te halen. Om maximaal aan te zetten tot ontdekken en exploreren.

 

Het roept bij ons de vraag op welke invloed deze orde heeft op de motivatie en het zelfregulerend vermogen van kinderen. Een pedagogista bevestigt dat een uitdagende en geordende omgeving uitdaagt, maar zeker ook kinderen leert volgens ‘volwassen’ routines gebruik te maken van gereedschappen en materialen. En omdat het veel respect is voor de omgeving en dit kinderen ook geleerd wordt, gaan zij -de kinderen- hier ook verantwoordelijk mee om.
 
Dit bezoek smaakt naar meer. De nieuwsgierigheid groeit om de pedagogista en artista aan het werk te zien met de leerling. De interactie die mogelijk ook antwoord kan geven op onze vraag. De manier van werken om uiteindelijk het creatief en divergent denken en handelen van kinderen zo lang als mogelijk te blijven activeren. Wordt vervolgd…

Delen: